De hele wereld kijkt mee op het internet
Deel 1 | Berichten lezen en vragen beantwoorden /ervaringen uitwisselen in groepjes:
Elke leerling leest het volgende artikel:
“De juf is lesbisch, ha ha”
Mevrouw Draker, docent op een middelbare school, kreeg de schrik van haar leven toen ze haar naam intikte bij Google. Ze vond een pagina bij MySpace.com, gemaakt door een scholier. Haar collega had haar getipt.
Op het MySpace-profiel werd ze uitgemaakt voor alles wat vies en lelijk was. Maar er stond ook in dat ze lesbisch was. Dat was ze niet. Ze was getrouwd en heeft kleine kinderen. Er stonden nog meer leugens over haar op de site.
Ze was geschokt. Al een half jaar bestond er een pagina over haar, zonder dat ze het wist. Ze heeft geen idee hoeveel mensen de pagina gezien hebben. Ook niet of dat misschien bekende mensen van school of daarbuiten zijn geweest. Misschien geloven zij wat er over haar op internet staat. Er zijn studenten die de pagina kennen, weet ze. Ze wordt achter haar rug om uitgelachen.
Inmiddels is de dader bekend. Zestien jaar is hij, en hij had een hekel aan zijn juf. Mevrouw Draker spant een rechtszaak tegen hem aan. Ze wil geld van hem zien, zegt ze, voor de geleden emotionele schade. Maar ze wil hem vooral een lesje leren. ‘De scholier moet weten’, vindt ze, ‘dat je iemand niet in het openbaar, op internet, mag belasteren. Daar maak je levens mee kapot. Wat je op internet zet, gaat er namelijk nooit meer van af.’
Als iedereen bovenstaand artikeltje heeft gelezen, worden per groepje de volgende vragen besproken:
1. Waarom heeft hij een haatpagina over zijn docente gemaakt? Voor wie heeft hij die pagina uitgewerkt, denk je?
2. Ken jij mensen die weleens iets vervelends over anderen op internet zetten, zonder hun toestemming te vragen? Wanneer moet je toestemming vragen, wanneer niet?
3. Waar heb je rekening mee te houden als je iets op internet publiceert? Noem drie belangrijke zaken.
Nu leest elke leerling het tweede artikel:
De nieuwsgierige schooldirecteur
Bart (15) zat op een streng christelijke school in Amerika. Hij geloofde in Jezus Christus en was homoseksueel. Maar dat moest hij niet op school laten horen. De strenge directeur vond dat maar niks. Hij vond dat homoseksualiteit zondig is.
Op Internet had Bart echter vrienden en daar kon hij zijn verhaal kwijt. Hij maakte een profiel aan op MySpace.com, een van de populairste sites ter wereld. Op dat profiel schreef hij dat hij verliefd was op een jongen. Zijn vrienden op internet waren blij voor hem. Verliefd zijn, op een meisje of op een jongen, is alleen maar heel mooi.
De directeur kwam ook op internet. En hij kwam op MySpace. Hij zag het profiel van Bart en werd boos. Bart moest van school. Omdat hij homoseksueel is en op zijn school zijn homo’s niet welkom.
Daarna worden per groepje de volgende vragen besproken:
1. Wat vind je van Barts beslissing om op internet te zeggen dat hij homo is?
2. Zijn er weleens mensen die checken wat er over jou op internet staat? Wat vind je daarvan? Mag een leraar naar jou zoeken op internet?
3. Wat zet jij wel en wat zet jij niet op internet over jezelf?
Deel 2 | Lagerhuis-discussie
De opzet is zoals die van het bekende televisieprogramma. De klas wordt gesplitst in twee tribunes. De docent poneert enkele stellingen over publiceren op internet, waarop iedereen kan reageren. Regels: eerst opstaan en pas als je wordt aangewezen door de leraar, kun je jouw mening geven op de stelling of ingaan op dat wat een ander net heeft gezegd.
Stellingen naar aanleiding van het artikel:
1. Een foto van iemands hoofd met varkensoren erop gezet, online plaatsen, is een grapje waar we niet zo moeilijk over moeten doen.
2. Jonge meiden die foto’s van zichzelf online plaatsen, doen dat vaak in erotische poses. Dat is vragen om problemen. Ze hebben geen respect voor zichzelf.
3. Sites waar jongeren publiceren, op profielsites als Sugababes.nl, Spaces en Hyves, moet de toegang voor 16 jaar en jonger verboden worden. Kinderen jonger dan zestien jaar weten niet wat ze zichzelf en elkaar aandoen.
De docent wijst aan het einde de winnende groep aan en beargumenteert deze keuze.
Het is ook mogelijk dat twee leerlingen (met hulp van een groepje) zich voorbereiden op een duo-debat waarbij de een argumenten voor en de ander tegen een bepaalde stelling aanvoert. Daarbij wordt de “winnaar” aangewezen door de overige leerlingen.
Evaluatie:
1. Tot in hoeverre dragen de nieuwsberichten bij aan jullie bewustzijn van het publiceren van persoonlijke informatie op internet?
2. Tot in hoeverre twijfelen jullie wel eens over wat je wel en niet publiceert op internet?
Tot slot een korte evaluatie van de les: wat vond men van deze les? Suggesties ter verbetering? Mail de redactie (redactie@i-respect.nl)!





